Tracé aardgasleiding blijft aandachtspunt

Fluxys, dat de aardgasvervoerinfrastructuur in dit land beheert, heeft meerdere plannen in de omgeving van Herentals. Guy Paulis, gemeenteraadslid in Herentals: “Zo wil Fluxys onder andere een nieuwe gaspijpleiding aanleggen van Herentals naar de industriezone in Ham (Limburg). Het geplande tracé vertrekt bij het Herentalse industriegebied Wolfstee en loopt daar in de onmiddellijke buurt van enkele lokale woonwijken. Vanuit diverse hoeken worden alternatieve tracés aangereikt. Een oostelijke variant leidt via de Kempense Heuvelrug en het Olens Broek, beide ecologisch waardevol gebied. Andere alternatieven zijn een doortrekking van de huidige leiding naast de E313, een zuidelijk tracé via de landbouwgebieden van Rossem in Noorderwijk (Herentals) en Oosterhoven (Herenthout), of een tracé naast het Albertkanaal. Ik stelde recent enkele vragen aan Vlaams minister van Leefmilieu Schauvliege en Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Crevits over deze problematiek. De plannen moeten vanzelfsprekend de geëigende procedures doorlopen, maar gezien het delicate aspect van aardgasvervoer is het begrijpelijk dat er stemmen opgaan om de leiding indien mogelijk uit drukbewoond gebied te houden. Daarom polste ik bij de ministers hoe ze staan tegenover een tracé onder natuurgebied zoals de Kempense Heuvelrug en het Olens Broek, wat de ecologische schade in een dergelijke hypothese is en op welke termijn het leefmilieu zich kan herstellen van een dergelijke ingreep. Het is evident dat een leiding door (quasi) onbewoond gebied (natuur/landbouw) een meerwaarde heeft, en dat een mogelijk bundelen van een nieuwe leiding met een bestaand lijnvormig element als de E313 of het Albertkanaal alvast op enkele gebieden enig voordeel heeft. Daarom vroeg ik ook of er enig bezwaar is om de leiding naast de autosnelweg E313 te leggen en zo ja, welk en waarom. En aansluitend of – indien er geen bezwaar is – de ministers een initiatief willen nemen om in overleg te treden met Fluxys over een dergelijk tracé. En dezelfde vragen stelde ik ook over een tracé naast het Albertkanaal.”

De Vlaamse ministers Schauvliege en Crevits gaven recent een gezamenlijk antwoord. Letterlijk geciteerd: “Algemeen: Op dit moment loopt er in functie van de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan voor de realisatie van een leidingstraat om ondergrondse leidingen vergunbaar te maken tussen Herentals en Ham een planMER-procedure. Het plan-MER wordt opgemaakt volgens de procedure van het Besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan (B.S 30/05/2008. De Nota voor Publieke Consultatie (NPC) werd, zoals dat voorzien is, door de dienst Mer van het departement LNE volledig verklaard op 31 augustus 2010. De volledig verklaarde NPC heeft ter inzage gelegen voor de bevolking van 6 september 2010 tot en met 5 oktober 2010. Op basis van de ingeleverde opmerkingen en na diverse overlegmomenten met betrokken instanties heeft de dienst Mer op 9 juni Richtlijnen uitgevaardigd. Het plan-MER dat nu in opmaak is moet voldoen aan de door de initiatiefnemer (Fluxys) in de NPC voorgestelde methodologie, aangevuld/aangepast met de vereisten die in deze richtlijnen geformuleerd worden. Beide documenten zijn beschikbaar op www.mervlaanderen.be (rubriek dossierdatabank, dossiernummer “PLIR0051”). Mogelijke effecten op natuurgebieden zoals de Kempense heuvelrug en het Olens Broek van de leidingstraat zullen in de bovenstaande planMER worden onderzocht, de mogelijke ecologische schade (en mogelijk herstel ervan) zal er beschreven en beoordeeld worden. Indien de verwachte effecten aanzienlijk zijn zullen maatregelen voorgesteld worden om de schade te verminderen, incl. mogelijke tracéwijzigingen, die dan opnieuw ook binnen andere disciplines (bijv. Mens) beoordeeld worden. Het is de taak van een planMER om in deze een meest milieuvriendelijk tracé voor te stellen. Hierin zal uiteraard rekening worden gehouden met minimale natuurschade (zo weinig mogelijk door natuurgebied), maximale veiligheid (zo ver mogelijk van woongebieden en woningen) en maximale bundeling met bestaande lijninfrastructuren (wegen, spoorwegen, kanalen en andere leidingen). Bij de keuze van een tracé worden in functie van ecologische omstandigheden de volgende principes gehanteerd: zoveel mogelijk bundelen van de verschillende bestaande en nog geplande leidingstracé’s om aansnijding van nieuwe gebieden te vermijden; en vermijden van ecologisch zeer waardevolle gebieden waar grote negatieve effecten worden verwacht. De Kempense heuvelrug en de daarop aansluitende vallei van de Kleine Nete vormen een ecologisch zeer waardevol natuurkerngebied, waarvoor het natuurrichtplan “Kempense Heuvelrug Benedenstrooms” is goedgekeurd. Het gebied is aangeduid als Vlaams Ecologisch Netwerk nr. 313 Vallei van de Kleine Nete benedenstrooms en Habitatrichtlijngebied BE2100026 Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden. In een tracé ten oosten van Herentals komt het geplande tracé ook door het hermeanderingsproject Kleine Nete (dat gelegen is binnen het projectgebied Alfa met Europese steun, Interreg IV B NWE) met daaraan gekoppelde natuurgerichte werken. Dat project is momenteel lopende. Natuurherstel en waterberging van de vallei staan hier centraal. Onder andere het gebied ten westen van de spoorweg (De Hellekens) wordt heringericht en oude meanders ten oosten van de spoorweg worden opnieuw aangesloten. Door de op korte afstand grote hoogteverschillen en gradiënten van droog naar nat vormt het natuurgebied een ecologisch uiterst waardevol geheel. Bijgevolg lijkt het niet evident een tracé binnen een natuurgebied met kwaliteiten zoals de Kempense Heuvelrug en het Olens Broek vast te leggen. De ecologische schade in een hypothese met een tracé door de Kempense Heuvelrug en het Olens Broek omvat het volgende. Tijdens de werken. Waar met een open sleuf gewerkt wordt, treedt er verlies van beschermde vegetaties op en rechtstreeks of onrechtstreeks ook nog door tijdelijke bemalingswerken. Afhankelijk van de periode waarin de werken uitgevoerd worden, kan verstoring van vogelsoorten en andere diersoorten optreden. Voorts kan nog beschadiging van veenbodems die van belang zijn voor een goede lokale waterhuishouding voorkomen. Na de werken. Wijziging van de potenties voor de aanwezige vegetaties en mogelijke effecten van verdroging en verruiging, kunnen leiden tot een kwaliteitsvermindering van deze gebieden. Het aanbrengen van een nieuwe leiding in dit gebied brengt door de verplichte voorbehouden zone steeds blijvende beperkingen met zich mee voor de verdere uitbouw en versterking van de natuurpotenties in de vallei, waar in het kader van het integraal waterbeleid (bekkenbeheerplan) en Natura 2000 herstelmaatregelen in het vooruitzicht gesteld zijn. Vegetaties op drogere zandgronden kunnen zich herstellen over een periode van 10 jaar, afhankelijk van de klimatologische omstandigheden en het beheer. Verstoringen van bodem en waterhuishouding in de vallei kunnen permanent zijn, met blijvende gevolgen voor planten en dieren van laagveengebieden.”

Specifiek over een eventuele aanleg van de leidingen langs de E313 of het Albertkanaal, stellen beide ministers dat dit een vrij technische zaak is en verwijzen ze naar de NPC en de richtlijnen. Opnieuw letterlijk geciteerd uit het ministeriële antwoord: “In §4.1 van de MER-richtlijnen valt o.a. te lezen dat ‘Teneinde aan de doelstelling van het plan te voldoen, werden in eerste instantie voor de leidingstraat tussen Herentals en Ham drie andere tracé alternatieven overwogen. Deze alternatieven, die overwegend parallel liepen met de E313 (ten noorden en ten zuiden) en het Albertkanaal (ten zuiden), werden echter niet weerhouden omwille van verschillende redenen (technische haalbaarheid, voldoen aan wettelijke bepalingen en voldoen aan andere randvoorwaarden,…) en zullen dus ook niet in het MER besproken worden. Aangezien deze alternatieven niet-haalbaar waren en er zoveel mogelijk dient gestreefd te worden naar parallellisme met bestaande lijninfrastructuur, werd een tracé ten noorden van het Albertkanaal in overweging genomen. Op basis van overleg met verschillende administraties werd uiteindelijk tot een basistracé gekomen. Dit tracé dient, samen met een aantal tracé-alternatieven (aangegeven in de NPC onder §2.5.1.2), in het MER verder onderzocht te worden.’ De NPC beschrijft op verschillende pagina’s (o.a. in §2.5.1.1 van p.21 tot p.24) de verschillende redenen waarom de bundeling met E313 en bundeling met de zuidelijke oever van het Albertkanaal niet mogelijk is. Het gaat hier, zoals reeds opgenomen in de richtlijnen, om technische haalbaarheid, voldoen aan wettelijke bepalingen, aan wettelijke afstandsregels, e.d.: a) vanuit ecologisch standpunt is er geen principieel bezwaar, indien de nodige aandacht uitgaat naar maatregelen ter hoogte van het militaire domein van Grobbendonk, zoals een maximale bundeling met bestaande leidingen.Langs de autosnelwegen ligt een bouwvrije strook van 30m gemeten vanaf de rand van het domein van de autosnelweg. De eerste 10m is strikt bouwvrij en hierop kan geen uitzondering worden gemaakt. Voor de volgende 20m kan er, mits goedkeuring, een afwijking worden toegestaan. Er zijn al contacten geweest met Fluxys over deze problematiek. b) vanuit ecologisch standpunt is er geen principieel bezwaar, indien de nodige aandacht uitgaat naar begeleidende maatregelen bij het doorkruisen van de vallei van de Grote Nete. Mits de gepaste maatregelen en de juiste uitvoeringstechnieken is de inschatting dat de impact hier mogelijk beperkt blijft, gekoppeld aan de geringere breedte van de ecologisch waardevollere valleigedeelten (ca. 600 m). In de loop van vergunningsprocedures voor Fluxys met de daarbij horende adviezen zullen de bevoegde diensten deze tracés mee betrekken in het overleg dat daarbij aan de orde is. Een tracé langs het Albertkanaal heeft wel ernstige nadelen. Voor alle locaties geldt dat onderhoudswerken aan het kanaal nagenoeg onmogelijk worden of slechts kunnen onder zeer strenge voorwaarden. Op locaties waar het kanaal in ophoging ligt, kan dit in geval van calamiteiten (o.a. dijkbreuk, verzakking dijk,…) ernstige gevolgen hebben. Voorts kan worden vastgesteld dat bij de verhoging van de bruggen en de (lokale) verbreding van het kanaal de aanwezige leidingen een ernstig probleem vormen voor deze realisaties omwille van lange procedures om dergelijke leidingen te verleggen, die tevens gepaard gaan met enorme kosten. Op locaties waar een industrieterrein langs het kanaal is gelegen of gepland, zal een pijpleiding de modal shift en het intensief gebruik van het kanaal waarnaar de Vlaamse overheid in het kader van Vlaanderen in Actie streeft, volledig worden gehypothekeerd daar het industrieel gebruik (vaste constructies, laad- en los activiteiten, enz.) bovenop dergelijke leidingen niet is toegelaten. Bovendien dient nog meegegeven dat de interferentie van een dergelijke leiding met Seveso-bedrijven, waarvan er langs het Albertkanaal meerdere zijn gelegen en die ook best langs watergebonden bedrijventerreinen worden geplaatst, ten stelligste moet worden vermeden. Er zijn contacten tussen Fluxys en de waterwegbeheerder NV De Scheepvaart.”

Een lang antwoord van de Vlaamse minister van Leefmilieu en van Mobiliteit en Openbare Werken dus, maar de problematiek is dan ook complex. “Ik hoop uiteraard dat àlle betrokken instanties en politici maximaal àlle opties uitgebreid (her)bestuderen en open overleggen, vooraleer definitief beslist wordt” benadrukt gemeenteraadslid Paulis, “zodat uiteindelijk natuurlijk gekozen wordt voor een haalbare mogelijkheid die in en om Herentals veiligheid en een minimum aan overlast combineert!”

Comments are closed.

Facebook