Prudentieel toezicht maat voor niets
Woensdagmiddag werd in de Kamercommissie Financiën het wetsontwerp voor de hertekening van het prudentieel toezicht besproken. De regering wil met het ontwerp de controle op de stabiliteit van de financiële sector en het toezicht op de financiële instellingen, dat nu wordt uitgeoefend door het CBFA, in handen leggen van de Nationale Bank van België (NBB).
LDD vreest dat het toezicht opnieuw een lege doos wordt, en stelt vast dat deze regering niets geleerd heeft uit de financiële crisis. In het wetsontwerp wordt met geen woord gerept over de instrumenten die het nieuwe toezichtsorgaan ter beschikking zal krijgen om op te treden, en dat is net essentieel om het toezicht te verbeteren. Daarom is deze ontwerptekst volgens LDD geen echte beleidstekst, maar een eenvoudige intentieverklaring.
Door de NBB als leidend toezichtsorgaan aan te stellen, wordt een beursgenoteerde onderneming belast met de controle op collega-bedrijven. Voor LDD is het onaanvaardbaar dat de regering de structuur van de Nationale Bank van België zonder inspraak van het parlement wil reorganiseren. Het wetsontwerp blijft in het vage omtrent de aansprakelijkheid, de werking en de nieuwe structuur van de NBB. Eerder werd de algemene vergadering van de NBB al buitenspel gezet, maar nu vraagt de regering een blanco cheque om via het parlement het beursgenoteerde bedrijf te reorganiseren. Dat is ongehoord.
LDD stelt ook vast dat de regering weigert met het parlement de gemaakte fouten uit het verleden te evalueren. Het Comité voor Financiële Stabiliteit, opgericht in 2002, was de echte voorloper van deze nieuwe constructie. Maar in volle bankcrisis durfde gouverneur van de NBB Guy Quaden naar aanleiding van de problemen bij Fortis te verklaren dat hij “totaal niet op de hoogte was van de ernst van het probleem bij Fortis”. In het voorliggende wetsontwerp staat geen enkele garantie dat er nu wel of beter overlegd zal worden.



